Goden huilenOgen vallenStilte smaakt zilt

Goden huilenOgen vallenStilte smaakt zilt

Menu

Atelier MarcelMïrô 

15 Mar 2026

Heengegaan 

Laatste reis!?

Laatste reis!?

Hel en Hemel

Hel is het gemis dat te vroeg begon. Een kind dat “oma” wil zeggen maar nog struikelt over de o, alsof de taal zelf even hapert bij wat niet blijven mocht.

Tussen hel en hemel blijft een zachte leegte staan, een plaats aan tafel die niemand werkelijk vult.

Hemel is dat wij haar kenden. Dat wij haar stem hoorden tussen de Haagse manieren, waar beleefdheid en humor elkaar stil verstaan.

Tussen hel en hemel blijft een zachte leegte staan, een plaats aan tafel die niemand werkelijk vult.

Tien minuten verf en aandacht: een projectiel dat tussen hoge huizen schiet. Haar mentor zag het meteen, meesterwerk!  Soms herkent een ander het licht dat iemand achterlaat. En ergens in dat beeld rijdt een wagon van herinnering mee. Misschien zat daar ooit haar dierbare, reizend door dezelfde tijd die nu ook haar verder draagt.

Tussen hel en hemel blijft een zachte leegte staan, een plaats aan tafel die niemand werkelijk vult.

Gisteren was het afscheid. De moed ontbrak mij er te zijn. Soms gaan dingen te snel haar heengaan  dit afscheid veel te snel. En toch blijft zij aanwezig in kleine dingen: een blik, een schilderij, een lichte glimlach die nog door het huis beweegt. 

Hemel!

Carpe Diem!

12 Mar 2026

Geluk

Tegenwind!?

Tegenwind!?

Fladdert het Geluk

Geluk

Geluk, is wachten op het juiste moment, maar vaak komt het te laat tot je ogen. Dan fladdert het weg als een manke duif boven daken van twijfel en vragen. Je staat daar met open handen, alsof de lucht iets had beloofd. Maar misschien was het er al in het trillen van je vingers, in de adem die je nog hebt.

Dus vertrouw op liefde onder familie, op handen die je niet ziet maar wel voelt. Soms gaat het zomaar jaren goed zonder reden, zonder plan. Geluk is geen bezit het landt even op je schouder en vliegt weer verder.

Als een brief aan een geliefde schrijf ik mezelf terug in het leven. Blijf spartelen, zeg ik, zo gek deed je het nog niet. Je deed niets verkeerd, hooguit anders dan verwacht. En verwachtingen, die hangen zwaar aan de kapstok van een wereld die haast heeft.

Dus vertrouw op liefde onder vrienden, op handen die je niet ziet maar wel voelt. Soms gaat het zomaar jaren goed zonder reden, zonder plan. Geluk is geen bezit het landt even op je schouder en vliegt weer verder.

Wordt wakker. Jaag je handen door mijn haar. De nacht zit nog vol gedachten die te zwaar werden om te dragen. Maar wacht ben je niet zelf de regisseur van al die verwachtingen? Misschien moet je er niet te lang naar kijken. Sommige vragen zijn te groot voor het ochtendlicht. 

Overleden dromen, wedergeboorte van moed. Een schone lei onder een hemel die niemand bezit. Niemand geeft je de macht, niemand ontneemt je die macht. Je draagt haar zelf, als een geheim vuur. En legt hem makkelijk af!

Vertrouw op liefde onder kameraden, op stemmen die je naam blijven zingen. Zelfs in een koude wereld vol oorlog en onbegrip kan iets moois ontstaan, iets dat sterker is dan angst. Geluk is een vogel die even rust in je borst.

En ergens, tussen puin en stilte, tussen gisteren en morgen, begint het weer. 

Geluk. Nieuw leven.

Carpe…..!

10 Mar 2026

Interview 

9 Mar 2026

Een filmpje bracht mij dit 

Werk in uitvoering

Werk in uitvoering

Het hart als een bas, begint laag. Langzaam. Als een hart dat geen haast heeft.

dum, dum, dum

Ik sta in een huis dat ik ken. Of denk te kennen. Familie,Weekend, zeggen ze. Het woord rolt door de kamer als een bal waar iedereen even tegen tikt.

Familie.

Weekeinde.

Samen.

Nieuwe gezichten staan naast oude gezichten.Kinderen die ooit klein waren zijn plotseling groter dan de herinnering die ik van hen droeg. Nieuwe lichtingen, fluistert iemand. Het klinkt als lente in een militair rapport.”Nieuwe lichtingen.”

Stoelen schuiven. Koffie ademt. Lepels tikken tegen porselein. En alles gebeurt tegelijk.

Mijn hoofd probeert één gesprek te volgen. Maar gesprekken vermenigvuldigen zich. Zoals vogels dat doen als ze plotseling opstijgen uit een veld. Duizend woorden vliegen door de lucht van de kamer.

Sommige landen op tafel. Sommige op mijn schouders. Sommige verdwijnen voordat ik ze kan zien.

dum, dum, dum

Aan de koude kant zit een tante. Aan de warme kant zit een oom. Maar temperatuur is een ingewikkeld begrip als je hoofd zijn eigen klimaat heeft. Iemand vraagt hoe het gaat. Ik antwoord ja. Of nee. Of iets ertussen dat klinkt als een deur die half dichtvalt.

Familie praat verder. Het is een oceaan van stemmen. En ik dobber. Soms komt er een golf van herinnering. Een verhaal dat ik al veertig winters heb gehoord. Een grap die ouder is dan het tafelkleed. Iedereen lacht op precies het juiste moment.

Ik lach ook. Of misschien beweegt mijn gezicht gewoon mee met de kamer.

dum, dum, dum

Ik kom wel uit bed vandaag. Ik kom wel uit bed vandaag. Ik kom wel uit bed vandaag. Het mantra van mijn ochtend.

Soms moet een mens zichzelf drie keer roepen voordat hij verschijnt. Ik draag de lente in mijn jaszak. Niet groot. Meer een kleine zon die nog oefent. Buiten drijven wolken als traag verkeer. Binnen drijven verhalen.

Een kind rent door de gang. De gang wordt even een tunnel naar vroeger. Ik zie schoenen die hier ooit stonden. Stemmen die al jaren stil zijn. Tijd is geen rechte weg vandaag. Tijd is een vijver waar stenen in vallen.

Plons. Plons. Plons.

Iedere plons maakt cirkels. Iedere cirkel raakt een herinnering.

dum, dum, dum

Soms staat er iemand in de kamer die niemand benoemt. Een schaduw misschien. Een gedachte met benen. Ik knipper met mijn ogen. De kamer blijft bestaan. Dat is al winst.

Familie beweegt als weer. Lachen komt opzetten als wind. Iemand vertelt over werk. Iemand vertelt over vroeger. Iemand vertelt over een buurman die niemand hier kent.

Woorden bouwen een dorp in de lucht. Ik wandel erdoorheen. Soms raak ik een zin kwijt. Soms vindt een zin mij. Dat is het vreemde contract tussen hoofd en wereld.

dum, dum, dum

Koude kant. Warme kant. Maar ergens in het midden staat een stoel waar temperatuur niet bestaat. Daar zit ik. Niet verloren. Niet gevonden. Gewoon aanwezig zoals een wolk aanwezig is.

Niemand vraagt een wolk waar hij vandaan komt. Niemand vraagt een wolk waarom hij verandert. Een wolk is genoeg. Misschien is een mens soms ook zo.

dum, dum,dum

Ik kom wel uit bed vandaag. Zelfs als de vloer een beetje golft. Zelfs als stemmen door elkaar groeien zoals klimop langs een muur. Zelfs als mijn hoofd soms een kamer opent waar niemand anders binnenstapt.

Ik kom wel. Ik kom wel. Ik kom wel.

Familie blijft praten. De tafel verzamelt kruimels van brood en tijd. Iemand vult glazen. Iemand haalt adem om een nieuw verhaal te beginnen. En plotseling zie ik het.

De zon.

Niet groot.

Niet dramatisch.

Gewoon een stuk licht dat door het raam glijdt en op de tafel landt alsof het daar gereserveerd was. Iedereen praat nog. Maar het licht zegt niets. Het ligt alleen. En ik voel hoe stilte soms midden in geluid kan groeien. Zoals gras tussen stoeptegels.

dum, dum, dum

Misschien is dit de laatste keer dat deze kamer zo vol is. Misschien ook niet. De toekomst is een gesloten envelop.

Vandaag is een open raam. Ik kijk naar gezichten. Gezichten kijken terug. Sommigen herken ik meteen. Sommigen moet mijn hart eerst vertalen. Maar warmte is een taal zonder woorden. Daar ben ik nog vloeiend in.

dum, dum, dum

De middag zakt langzaam. Gesprekken worden zachter. Stoelen verschuiven opnieuw, maar nu als vermoeide dieren. Kinderen worden slaperig. Koffie wordt thee. Gelach wordt herinnering terwijl het nog gebeurt. Buiten wordt de lucht groter. Wolken trekken uit elkaar zoals gordijnen die open gaan. Iemand zegt: kijk eens naar dat weer. En iedereen kijkt even. Zelfs ik. En daar is hij. De lente. Niet luid. Niet spectaculair. Maar aanwezig zoals een ademhaling.

dum, dum, dum

Ik sta op. Niet snel. Niet dramatisch. Gewoon langzaam genoeg zo dat mijn lichaam mij kan bijhouden. De kamer draait niet.De stemmen vallen niet om. Alles blijft waar het is. Dat is soms al een wonder. Familie om mij heen. Lucht boven mij. Bas onder alles.

dum, dum, dum

Ik kom wel uit bed vandaag.En morgen misschien weer. En ergens daarboven, achter wolken en herinneringen, staat de zomer al te wachten. Rustig. Zoals familie dat soms kan zijn. Als je goed luistert. En als de bas blijft spelen.

dum, dum, dum.

Carpe Diem!

2 Mar 2026

Lente zon

Koppies in de Zon

Koppies in de Zon

Ik fietste met snot tot aan mijn kin, de wind blies dwars door mijn botten heen. Mijn linkervoet trok kramp als een leugen, maar ik trapte hem koppig weer recht en alleen.

Want het leven, ach ja, dat schuurt en dat wringt, het lacht je uit terwijl het je troostend, om zingt! En al piep ik, en kraak ik van binnen, misschien, ik fiets, dus ik ben er nog. Dat is gezien.

Veertien graden, gevoelsstemperatuur, met grootheidswaan, achttien als je het mooi wil praten. De zon deed alsof ze mij kende, maar bleef op veilige afstand staan.

Want het leven, ach ja, dat schuurt en dat wringt, het lacht je uit terwijl het je troostend om zingt. En al piep ik, en kraak ik van binnen, misschien, ik fiets, dus ik ben er nog. Dat is gezien!

Langs parken die doen alsof vrede bestaat, waar het gras zwijgt over wat mensen verzwijgen. Je onthoudt het mooiste maar, beter voor jezelf, niet, want delen maakt alles meteen weer kleiner.

Want het leven, ach ja, dat schuurt en dat wringt, het lacht je uit terwijl het je troostend om zingt.. En al piep ik, en kraak ik van binnen misschien, ik fiets, dus ik ben er nog. Dat is gezien.

Ik kocht onderweg, sambal, 1 potje niet 2 potjes, uit pure baldadigheid. Juist,! niet voor de korting van twee, maar voor de rebellie. Want wat is er zieliger dan netjes genoegen nemen met, precies of meer, genoeg ellende per dag?

Want het leven, ach ja, dat schuurt en dat wringt, het lacht je uit terwijl het je troostend om zingt. En al piep ik, en kraak ik van binnen misschien, ik fiets, dus ik ben er nog. Dat is gezien.

Dit is geen lied dat iemand wil zingen perse, het is meer een bekentenis met of zonder een lekke band. Maar huilen mag, en lachen ook, zolang je maar blijft trappen, al is het met tegenzin.

Carpe Diem!

23 Feb 2026

Teheran!

Inergy

Inergy

Iedere nieuwe generatie loopt meer risico, zo zeggen ze. ‘Niet hardop”.  Alsof gevaar een erfstuk is dat stilletjes wordt doorgegeven bij de geboorte, samen met de kleur van je ogen en de vorm van je handen. Alsof je al besmet bent voordat je ook maar één ademteug van de wereld hebt genomen.

De toxicoloog op televisie, streng, stem strak als een laboratoriumjas, zegt het met cijfers. Grafieken kruipen omhoog als klimop langs een muur, je ruggengraat. Meer gif in onze bodem. Meer in het water. Meer in het lichaam. Het zit in ons bloed, zegt de toxicoloog alsof het over een administratief detail gaat. Alsof het niets is om van te schrikken.

Maar wat mij raakt, is niet de wetenschap. Het is de vanzelfsprekendheid waarmee het wordt uitgesproken. Alsof het een natuurwet is. Alsof het zo hoort. Alsof het logisch is dat de toekomst steeds zwaarder wordt om te dragen. En dan is er die aanraking. Die zegt het goedbedoeld, dat hoor je. Het, legt zijn hand even op mijn arm, als een pleister geplakt op iets wat niemand kan zien. “Eigen schuld,” zegt het zacht. “Jullie” ‘generatie’ kiest er toch zelf voor? Alles moet sneller, meer, anders, extremer.”

De hand, bedoelt het niet hard, kwaad. Maar het snijdt wel. Want het vergeet. Niet uit kwaadheid maar uit gemak, onwetendheid. Uit die vreemde menselijke neiging om het verleden op te poetsen tot iets wat netjes en onschuldig oogt in het nu. Het vergeet wat er is besloten is in zijn jeugd. Wat er is toegestaan. Welke stoffen als veilig werden bestempeld omdat ze winst opleverden. Hoe men wist, “of had kunnen weten” en toch doorging. Hij vergeet de fabrieken die draaiden als kloppende harten van vooruitgang, terwijl ze langzaam hun donkere adem over velden en rivieren bliezen. 

Ik vergeet dat ouders trots waren op die groei, omdat niemand hen vertelde wat de prijs zou zijn. En nu staan wij in de nasleep, als erfgenamen van beslissingen die nooit door ons zijn genomen, Wij drinken water dat verhalen draagt. Wij ademen lucht waarin geschiedenis zweeft. Wij dragen lichamen die archieven zijn van andermans keuzes.

Eigen schuld?

Dat is een merkwaardige beschuldiging aan mensen die geboren worden in een wereld die al lang is ingericht voordat zij hun eerste stap zetten. Nee. Het is geen schuld. Het is erfenis. En niet van de mooie soort. Het is een erfenis van ontkenning, van korte termijn, van de troostende gedachte dat vooruitgang altijd goed is…zelfs wanneer hij stilletjes iets kapotmaakt. Wat mij het meest verdrietig maakt, is niet het gif zelf. Het is de eenzaamheid van het besef van dat gif. Dat gevoel dat je leeft in een tijd waarin iedereen het eigenlijk weet….maar het liever niet helemaal wil voelen.

Want voelen betekent verantwoordelijkheid. Voelen betekent erkennen dat risico geen natuurverschijnsel is, maar een keuze die ooit door ons mensen is gemaakt. En toch geloof ik het liefst: Elke generatie erft niet alleen schade en schande, maar ook de mogelijkheid om te breken met wat haar werd opgelegd. Misschien is dat onze echte erfenis. Niet het gif maar het vermogen om eindelijk te zeggen: Tot hier.! Niet verder! 

Carpe Diem!


23 Feb 2026

Knuffel Spelen 

“Kijkend naar de Tv”

“Kijkend naar de Tv”

Wat mij het meest raakte aan de Winterspelen, was niet alleen het ijs, de snelheid of de medailles, het was de warmte. Atleten uit alle hoeken van de wereld die elkaar omhelsden alsof ze elkaar al jaren kenden. Sport die niet verdeelt, maar verbroedert. Het ontroerde me telkens weer: vallen, opstaan, en dan toch opnieuw het kunstje flikken, zelfs op je 40ste.

Zelfs bij het ijshockey, een sport waar normaal gesproken de emoties hoog oplopen en de botsingen hard zijn, zag je uiteindelijk respect. De zwartgestreepte scheidsrechter bracht rust, en wat bleef hangen was niet de strijd, maar de waardigheid daarna. Gebroken botten misschien, ja, maar geen gebroken ego’s.

Ik heb intens genoten van hoe Japanners, Chinezen, Amerikanen, Nederlanders en zoveel anderen elkaar per onderdeel opzochten: een arm om een schouder, een troostende hand, een glimlach die geen vertaling nodig had. Ze gunden elkaar alles. Dat is misschien wel de grootste prestatie van allemaal.

Tussen al dat wereldklasse-niveau voelde het bijna als een stille les aan de machtigen der aarde: kijk, zo kan het ook. Strijden zonder haat. Winnen zonder vernedering. Verliezen zonder bitterheid.

Op het ijs lag niet alleen sneeuw, er lag een hoopvol spoor van menselijkheid. Dat vond ik misschien wel de mooiste medaille van deze Spelen.

Carpe Diem!

18 Feb 2026

Biathlon 

Lange Latten

Lange Latten

Wintergedicht.

Wit zet zich af tegen de blauwe luchten,

een vlam die weigert te bevriezen,

alsof kleur zelf een hartslag heeft.

De oostenwind snijdt als dunne messen

door jas, en gedachten, -2 dat aanvoelt als -8.

En toch, daar glijdt stilte over sneeuw,

een ademwolk, een geweer op de rug,

ritme van ski’s als een kloppend gedicht.

Muziek kan zomaar in je borst ontbranden,

zoals verf die ineens gaat leven,

of een filmbeeld dat je zachtjes breekt.

Zo blijft warmte bestaan in kleine vonken:

een sporter die raakt en weer mist,

en ik, geroerd, zonder te weten waarom.

Carpe Diem!

14 Feb 2026

Al dromend!

Kleurijk

Kleurijk

In mijn hoofd hangt de maan vaak laag, rood als een bloedmaan die dichtbij durft te komen. Soms verschijnt het daar, scherp, haast heilig en even later is het weer weg, alsof iemand met zachte vingers, de voetstappen uitwist uit mijn dagen.

Door de dunner wordende takken van mijn geheugen zie ik soms de achterlichten draaien, een kleine zonsondergang op wielen, en ik vroeg me af en vraag het nog steeds, of mensen werkelijk terugkomen of alleen maar blijven echoën.

Met Lewy Body voelt de wereld als mist die denkt. Dingen bewegen zonder te bewegen. Stemmen staan in deuropeningen waar geen deuren zijn. En toch is er tot nu altijd wel dat ene anker. Ze vroegen of ik het had gezien. Alsof het een verdachte was, een schim met een naam. Maar liefde is geen politiezaak. Liefde is een belofte die weigert te verjaren.

Ik ben de vader van mijn kinderen, zelfs wanneer dagen uit rafels bestaan, zelfs wanneer mijn gedachten loslaten als bladeren in herfstwind. Er is dan een licht, dat weet ik zeker, niet buiten, maar achter mijn ribben, in mijn hart. Het licht reist met hen mee, waar ze ook gaan. En zolang het brandt, fluister ik: ik ben hier, ik ben hier nog, ik zal jullie niet verlaten. 

Carpe Diem 

10 Feb 2026

Film

Guillermo

Guillermo

Sterven is geen punt, maar een komma in de zin, een ademhaling van het universum zelf. Voorwaarts ga ik, struikelend over hoop, terwijl achterwaarts mijn schaduw mij inhaalt.

De dimensie buigt, tijd wordt week en rekbaar, toekomst en verleden drinken uit één schaal. Herinneringen fluisteren wat nog komen moet, alsof morgen al eens hier geweest is.

Ik draag het verleden als een jas vol gaten, kou en warmte tegelijk op mijn huid. Het prikt, het troost, het weigert te zwijgen, maar zonder het zou ik gewichtloos zijn.

De toekomst belooft niets, en juist dat is eerlijk. Geen glans, geen leugen van eeuwige groei. Alleen beweging, een zacht duwen vooruit, een vraag die blijft lopen naast mijn eigen pas.

Zo heeft sterven nut, misschien dit alleen, het leert mij dat blijven een illusie is. Dat leven cirkelt, valt en opstaat in taal, en dat betekenis ontstaat door te bewegen.

Welk nut heeft sterven dan!  Voorwaarts, achterwaarts in de dimensie, toekomt of verleden. Prometheus, vastgeklonken aan zijn eigen schepping, wezen van Frankenstein met geleend vuur in de borst. Zo doodgaan is geen einde maar straf zonder laatste bladzijde, elke dag sterven, elke nacht opnieuw beginnen.

Eeuwig leven is, nooit mogen verdwijnen, blijven voelen terwijl de wereld verder loopt. Een wrede grap van de goden en de wetenschap samen, onsterfelijkheid als keten, niet als zegen. Welk nut heeft sterven, vraag ik, terwijl ik voorwaarts struikel en achterwaarts herinner. In de dimensie schuift tijd als zand, toekomst fluistert belofte, verleden krast littekens. Tussen adem en stilte leert leven dat betekenis beweegt, niet eindigt, maar keert, cirkelt, draagt, over grenzen, zonder einde, vandaag, morgen, hier, blijvend zacht.

Carpe Diem!

3 Feb 2026

Grijs

Mam

Mam

Katholiek blauw hangt zwaar aan de hemel, wierook vermengt zich met uraniumstof. Geloof! Ooit zacht als een fluistergebed, nu hard geworden, strategisch, doof. Ik zie kruisen die grenzen bewaken, en woorden die niet meer genezen maar snijden.Wie een God roept om macht te legitimeren, heeft Hem al lang in stilte verlaten.

Waar ben jij gebleven, landgenoot, met je hand op mijn schouder. Niet op mijn keel? Solidariteit was ooit een werkwoord, geen slogan op staal en geen wapen van de ziel.

Trumpisme waait over oceanen heen, een storm van simplisme, luid en tevreden. Het belooft orde, maar zaait vooral angst, maakt buren tot vijanden, vragen tot feiten. Katholiek blauw kleurt plots partijpolitiek. Grijs! Alsof genade een kiesdrempel kent. Ik zeg het hardop, dit is geen geloof, dit is marketing met een heilig accent.

Waar ben jij gebleven, landgenoot, toen nuance werd uitgelachen? Solidariteit vraagt geen vlagvertoon, maar het lef om samen te dragen.

Uranium glanst als vooruitgang verpakt, energie zonder geheugen, zonder geweten. Net zo brandt het denken dat alles vereenvoudigt, tot wat niet past simpel wordt vergeten. Wie roept “eigen volk” fluistert “eigen angst”, en verliest onderweg de ander én zichzelf. Ik weiger te zwijgen, want stilte is hier geen neutrale keuze meer.

Waar ben jij gebleven, landgenoot, toen samen delen werd weggezet als zwakte? Solidariteit is geen luxeartikel, maar het laatste dat ons menselijk maakt.

Toch blijf ik hopen, koppig misschien, op een blauw dat weer lucht durft te zijn. Op een geloof dat buigt naar de kwetsbaren, op een land dat zegt: jij hoort erbij.Solidariteit is geen verloren woord, ze ademt, ook onder het puin. Wie haar zoekt, vindt geen makkelijke weg, maar wel een toekomst die samen moet!

Carpe Diem!

30 Jan 2026

Radio drie!

Neefjes die dammen

Neefjes die dammen

En nu, jaren later, schuift het bord weer over tafel. De schijven zijn misschien van plastic, de tafel wiebelt meer dan vroeger, maar het spel herkent ons meteen. De neefjes zijn mannen geworden. Hun lachen klinkt anders, maar het wachten op de juiste zet is hetzelfde gebleven.

Ze buigen zich nog steeds over zwart en wit,  soms met een gedachte die afdwaalt naar toen. Ze horen vader’s stem in hun hoofd rustig, plagerig, geduldig. Niet te snel, jongen. Kijk nog eens.

Papa in spe, oom in spe. Hun handen oefenen alvast. Niet alleen met damstenen, maar met tijd maken. Met blijven zitten. Met aanwezig zijn zonder iets te hoeven bewijzen.

DoubleU, double u doubleU,  is overal nu, luid en ongeduldig. Maar aan deze tafel is het even stil genoeg om iets door te geven dat geen wachtwoord nodig heeft. Een spel. Een gebaar. Een manier van samen zijn.

En ergens, heel even, is dat oude weer terug. Niet als herinnering, maar als belofte. Voor het hier. Voor het nu. 

Carpe Diem 

22 Jan 2026

Herrie in de tent!

Blauw

Blauw

Wat willen wij, terwijl Groenland zwijgt onder ijs dat al eeuwen ouder is dan onze angsten?

Het eiland wordt ineens een schaakveld. Trump roept, Poetin gromt, Xi Jinping kijkt geduldig toe. Grote mannen met kleine tijdshorizonten. En wij? Wij staan ertussen, met smeltend ijs aan onze voeten en plastic in onze longen.

Groenland is geen buffer. Het is geen muur, geen pion, geen onderhandelingschip. Het is een levend lichaam van ijs, steen en mensen. Het kraakt niet door oorlog, maar door opwarming. En precies dát is het conflict dat alles overstijgt: het milieu, dat geen paspoort kent en geen veto accepteert.

Wat moeten wij zeggen? Dat macht zonder zorg leeg is. Dat veiligheid niet komt uit raketten, maar uit behoud. Dat wie Groenland wil “beschermen” door het te claimen, het al verloren heeft begrepen.

Wij moeten hardop zeggen dat het klimaat geen zijlijn is van de geopolitiek, maar haar fundament. Wie het ijs laat smelten om invloed te winnen, verliest straks alles: land, leven, toekomst.

Dus nee , Groenland is geen buffer tussen grootmachten. Het is een spiegel. En wat we daarin zien, zou ons wakker moeten schudden.

Carpe Diem 

21 Jan 2026

Januari 

Getijden

Getijden

Na blauwe maandag, donkere dinsdag, de week hangt scheef aan een spijker van winterweer. De kalender zucht, een object gevonden en ik noem het kunst omdat het weigert zich te gedragen. Ik schuif dat woord op een sokkel. Maand, jaargetijde, draai het om, signeer de schaduw. Vriendschap met oude meesters kleurt de rand, felle sneden kleuren in wording die zeggen, leef, ook als het licht twijfelt.

De dagen lekken in elkaar als nat papier, maar zie hoe het blauw ineens zingt. Een raam staat open in oker en groen, en de lucht leert opnieuw hoe ze moet staan zonder toestemming. Wat een maand, een botsing van geluid en stiltes. Ik ben uitgesproken, somberte is lui. We knippen haar open met kleur, leggen haar bloot, lachen hard en noemen dat eerlijk.

Aan het eind zet ik de tijd recht, niet met handen maar met ogen. Donker kan dansen, blauw kan bijten, en deze januari maand, ja, deze maand kan dan een vriend zijn die je wakker schudt.

Carpe Diem!

Pagina:1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7
X