Atelier MarcelMïrô
Grijs
Katholiek blauw hangt zwaar aan de hemel, wierook vermengt zich met uraniumstof. Geloof! Ooit zacht als een fluistergebed, nu hard geworden, strategisch, doof. Ik zie kruisen die grenzen bewaken, en woorden die niet meer genezen maar snijden.Wie een God roept om macht te legitimeren, heeft Hem al lang in stilte verlaten.
Waar ben jij gebleven, landgenoot, met je hand op mijn schouder. Niet op mijn keel? Solidariteit was ooit een werkwoord, geen slogan op staal en geen wapen van de ziel.
Trumpisme waait over oceanen heen, een storm van simplisme, luid en tevreden. Het belooft orde, maar zaait vooral angst, maakt buren tot vijanden, vragen tot feiten. Katholiek blauw kleurt plots partijpolitiek. Grijs! Alsof genade een kiesdrempel kent. Ik zeg het hardop, dit is geen geloof, dit is marketing met een heilig accent.
Waar ben jij gebleven, landgenoot, toen nuance werd uitgelachen? Solidariteit vraagt geen vlagvertoon, maar het lef om samen te dragen.
Uranium glanst als vooruitgang verpakt, energie zonder geheugen, zonder geweten. Net zo brandt het denken dat alles vereenvoudigt, tot wat niet past simpel wordt vergeten. Wie roept “eigen volk” fluistert “eigen angst”, en verliest onderweg de ander én zichzelf. Ik weiger te zwijgen, want stilte is hier geen neutrale keuze meer.
Waar ben jij gebleven, landgenoot, toen samen delen werd weggezet als zwakte? Solidariteit is geen luxeartikel, maar het laatste dat ons menselijk maakt.
Toch blijf ik hopen, koppig misschien, op een blauw dat weer lucht durft te zijn. Op een geloof dat buigt naar de kwetsbaren, op een land dat zegt: jij hoort erbij.Solidariteit is geen verloren woord, ze ademt, ook onder het puin. Wie haar zoekt, vindt geen makkelijke weg, maar wel een toekomst die samen moet!
Carpe Diem!
Radio drie!
En nu, jaren later, schuift het bord weer over tafel. De schijven zijn misschien van plastic, de tafel wiebelt meer dan vroeger, maar het spel herkent ons meteen. De neefjes zijn mannen geworden. Hun lachen klinkt anders, maar het wachten op de juiste zet is hetzelfde gebleven.
Ze buigen zich nog steeds over zwart en wit, soms met een gedachte die afdwaalt naar toen. Ze horen vader’s stem in hun hoofd rustig, plagerig, geduldig. Niet te snel, jongen. Kijk nog eens.
Papa in spe, oom in spe. Hun handen oefenen alvast. Niet alleen met damstenen, maar met tijd maken. Met blijven zitten. Met aanwezig zijn zonder iets te hoeven bewijzen.
DoubleU, double u doubleU, is overal nu, luid en ongeduldig. Maar aan deze tafel is het even stil genoeg om iets door te geven dat geen wachtwoord nodig heeft. Een spel. Een gebaar. Een manier van samen zijn.
En ergens, heel even, is dat oude weer terug. Niet als herinnering, maar als belofte. Voor het hier. Voor het nu.
Carpe Diem
Herrie in de tent!
Wat willen wij, terwijl Groenland zwijgt onder ijs dat al eeuwen ouder is dan onze angsten?
Het eiland wordt ineens een schaakveld. Trump roept, Poetin gromt, Xi Jinping kijkt geduldig toe. Grote mannen met kleine tijdshorizonten. En wij? Wij staan ertussen, met smeltend ijs aan onze voeten en plastic in onze longen.
Groenland is geen buffer. Het is geen muur, geen pion, geen onderhandelingschip. Het is een levend lichaam van ijs, steen en mensen. Het kraakt niet door oorlog, maar door opwarming. En precies dát is het conflict dat alles overstijgt: het milieu, dat geen paspoort kent en geen veto accepteert.
Wat moeten wij zeggen? Dat macht zonder zorg leeg is. Dat veiligheid niet komt uit raketten, maar uit behoud. Dat wie Groenland wil “beschermen” door het te claimen, het al verloren heeft begrepen.
Wij moeten hardop zeggen dat het klimaat geen zijlijn is van de geopolitiek, maar haar fundament. Wie het ijs laat smelten om invloed te winnen, verliest straks alles: land, leven, toekomst.
Dus nee , Groenland is geen buffer tussen grootmachten. Het is een spiegel. En wat we daarin zien, zou ons wakker moeten schudden.
Carpe Diem
Januari
Na blauwe maandag, donkere dinsdag, de week hangt scheef aan een spijker van winterweer. De kalender zucht, een object gevonden en ik noem het kunst omdat het weigert zich te gedragen. Ik schuif dat woord op een sokkel. Maand, jaargetijde, draai het om, signeer de schaduw. Vriendschap met oude meesters kleurt de rand, felle sneden kleuren in wording die zeggen, leef, ook als het licht twijfelt.
De dagen lekken in elkaar als nat papier, maar zie hoe het blauw ineens zingt. Een raam staat open in oker en groen, en de lucht leert opnieuw hoe ze moet staan zonder toestemming. Wat een maand, een botsing van geluid en stiltes. Ik ben uitgesproken, somberte is lui. We knippen haar open met kleur, leggen haar bloot, lachen hard en noemen dat eerlijk.
Aan het eind zet ik de tijd recht, niet met handen maar met ogen. Donker kan dansen, blauw kan bijten, en deze januari maand, ja, deze maand kan dan een vriend zijn die je wakker schudt.
Carpe Diem!
Afspraak is Afspraak
Ik dacht dat we het hadden vastgespijkerd, de zorg en ik, met woorden als schroeven in zacht hout. De ochtend is traag bij mij, een lichaam dat eerst bijeen gefietst moet worden, tot negen uur geen wereld, geen stemmen, geen sleutelbossen.
Het was en is geen vrije keuze, nee, meer een wapenstilstand met mijn eigen brein. Een avondklok, zo noem ik het maar, uit zorg geboren, uit angst gevoed. Tot eenentwintig uur welkom en fluisteren we samen over een pilletje voor de slaap.
En kijk, na invoering afspraak, drie keer ging het goed. Drie! Dat is geen toeval, dat is bewijs. Maar goede bedoelingen zijn wilde dieren, ze rennen waar ze willen. Voor negenen staan ze ineens binnen, na half elf schieten ze door de nacht en ik kleur wit, rood, knipperend oranje.
Ze zeggen dat ze zorgen, maar vergeten dat zorgen ook luisteren is. Afspraken nakomen Dat veiligheid niet binnenvallen betekent, maar wachten tot iemand open doet. Mijn hart slaat geen dienstenrooster, mijn hoofd kent geen aannames.
De deur stond altijd open, uit vertrouwen. Nu overweeg ik het slot, zwaar en beslist. Niet uit boosheid, maar uit zelfbehoud. Wie mij wil helpen, moet eerst mij zien. En wie dat niet kan belt aan en blijft beter even buiten staan!
Carpe Diem!
Banksy
Na het kussengevecht
Geïnspireerd door Banksy en Roedi..!
Twee geloven op één kussen, de veren vliegen sneller dan de woorden. Eerst is er spel, het lachen, een kussengevecht van zeker weten, waar elk die zijn waarheid omklemt, als een zacht maar koppig wapen.
Geloof, zo licht als dons, zo zwaar als steen, je fluistert vrede en schreeuwt strijd tegelijk. Op dat ene kussen past geen, niet een heiligdom. Dus niet alleen, maar samen hebben beiden gelijk.
Soms wordt het ernst, het dons wordt stof, het bed een veld vol oude teksten. Dispuut na dispuut, voetnoten als loopgraven, woorden verharden, stemmen breken, en niemand weet nog wie hier eigenlijk slaapt.
Geloof, zo licht als dons, zo zwaar als steen, je fluistert vrede en schreeuwt strijd tegelijk. Op dat ene kussen past geen heiligdom, alleen, en toch, maar samen hebben beiden gelijk.
En, na dit alles, dat mis kan, en zal gaan ligt daar dat kussen weer. Platgeslagen, gehavend, maar geordend en warm. De oorlog kan beslecht door stilte, kan niet beslecht door winnen maar door blijven geloven. Twee geloven ademen naast elkaar, moe, maar eindelijk mens.
Carpe Diem
Kubisme ontmoet Karma
Kubisme, ja, maar geen schoolboek-kubisme. Dit is geleefd kubisme. Wat ik zie, geen scène, maar een breukvlak. De wereld is hier niet rond, niet logisch, niet veilig verdeeld. Alles is hoekig van binnen, zelfs dat wat zacht lijkt.
De olifant bestaat niet uit één lichaam, maar uit tijdlagen, een oor dat gisteren hoorde, een slurf die nu tast, een oog dat al weet wat straks vergeten wordt. Zijn massa is opgesplitst, maar zijn aanwezigheid niet. Dat is belangrijk. Dat is troostrijk.En als iedereen onderdrukt is, in hetzelfde regime! Dan is iedereen, vrij! Het, dit regime deze twee mensen, een portret, samen een identiteit, het zijn fragmenten van nabijheid. Huid als kleurvlak. Lach als schuine lijn. Handen niet om vast te houden, maar om te begrijpen.
Kubisme zegt, het is niet één perspectief en dat is geen leugen, ik ben het daar hartgrondig mee eens. In zorg, in liefde, in aftakeling: wie alles vanuit één hoek wil zien, mist de waarheid. De waarheid zit in het gelijktijdige, kracht én kwetsbaarheid, spel én ernst, aanraking én afstand. Dit beeld weigert rust. Het zegt, kijk nog eens. En nog eens. En accepteer dat samenhang soms alleen bestaat als je durft te leven met scherven. Dat is geen stijl. Dat is een levenshouding.
Carpe Diem
Sneeuw in Meppel
Wit ademt uit, blauw houdt zich stil. De zon raakt mijn gezicht zoals je iemands naam herhaalt om hem niet te verliezen. Mijn schoenen knerpen zachter nu, alsof ook zij hebben begrepen dat haast hier niet welkom is.
Loop het van me af, praat mezelf bij. Fantastische luxe van niets hoeven.
Elke stap zakt dieper in het dek, en ik zak mee, laag voor laag. Gedachten worden groter maar minder indringend. De kou legt een hand op mijn schouder en zegt niets, en precies dát helpt.
Loop het van me af, praat mezelf bij. Fantastische luxe van niets hoeven.
Tijd gaat naast me lopen in plaats van voor me uit. Herinneringen komen niet aandringen, ze wachten tot ik ze zie. Fantasie fluistert in sneeuw, de werkelijkheid antwoordt in witte wol. Ze klinken verrassend eensgezind.
Loop het van me af, praat mezelf bij. Fantastische luxe van niets hoeven.
Mijn adem wordt breder dan mijn borst, mijn schaduw blijft even staan. Het pad vraagt niet wie ik ben geweest, alleen of ik hier ben. Ja, zeg ik zonder stem. Ja!
Loop het van me af, praat mezelf bij. Fantastische luxe van niets hoeven
Is winter leuk? Nee ze is, het is eerlijk. En eerlijkheid, zo merk ik, is een vorm van luxe die langzaam warm wordt. Ik sta. Ik loop. Ik ben er.
Carpe Diem!
Kras
Ze blijven maar komen, ontelbaar gekomen, gezichten verschuiven, de namen vervagen in tijd. Ik roep je zo zacht, want ik raak je soms kwijt, verenigd in adem…maar ook weer niet.
Blijf even hier, raak mijn hand aan. Als ik verdwijn, zeg jij mijn naam.
We gingen uiteen zonder echt uiteen te gaan, liefde verkleurde tot vlag en veel kleur. Ik zie je wel staan, maar ik weet niet, soms niet meer, wie je bent, of wie ik ben, wie is hier. En niemand vraagt hardop: ga je mee?
Blijf even hier, praat niet te snel. Als ik je zoek, ken jij mij dan wel?
De jaren zijn bovenkamers waar stilte woont, verlies werd gewoonte, vertrouwd en alleen. Wat ik vasthield loopt stil door me heen, alsof ik vergeet wat ik altijd al ken. Wie ik ben!
Blijf even hier, ook als ik dwaal. Ik ben mezelf soms niet in mijn verhaal.
Kijk niet omhoog naar het vreemde dat komt, het buitenaardse zit in mijn hoofd, in mijn mond. Maar jij zit hier nog….dat is wat mij grondt, mens naast mens, tot het licht even stopt.
Blijf even hier. Ik ben er nog…..Ja en jij bent er gelukkig ook nog?
carpe Diem!
Van kado naar krabbels
Liefde stroomt, spreekt vloeiend, maar niet zonder stroomversnelling, ze schuurt langs nerven, splijt wat wil blijven. Vuur likt aan blad, aan belofte, aan keel. Robin zingt omdat zwijgen erger is.
De bladeren woelen als onrustige gedachten, groen wordt zwaar, geel wordt bijna roest. De zon hangt niet warm maar dreigend laag, een oog dat te lang blijft kijken.
Verfstreken zijn geen omhelzing meer maar krassen, cirkels zonder uitweg. Tijd hapert, struikelt over zichzelf, en elke schoonheid weet dat ze tijdelijk is. Het roodborstje, vurig in dit geheel, zingt tegen beter weten in. Zijn borst is geen hart maar een wond, opengehouden door herinnering.
En nee, hier komt geen verzoening. Het licht dooft niet, het verbrandt. Wat overblijft is kleur zonder troost, en liefde, rauw is iets dat blijft steken.
Carpe Diem
Tweede kerstdag
Elke ochtend glipt het heden als water door een open hand. Ik sta al achter op vandaag… nog vóór de klok mij kent. Enkel ik knoop me vast aan gisteren, dat soms genadig is.
Het verleden blinkt niet altijd uit, maar het weet hoe ik heet. Het fluistert, je was ooit meer dan dit, en ik geloof het dan maar, tegen beter weten in. Driedimensionaal droom ik dus verder terwijl de wereld plat wil blijven.
Ik word moe wakker, alsof slaap een werkdag was. Die vermoeidheid smijt men dagelijks voor mijn voeten neer. “Hoe gaat het?” zeggen ze licht, alsof woorden geen gewicht dragen.
Mijn vermoeidheid is geen klacht, het is mijn gewone gezicht. Behandel me niet als een vraagstuk, ik ben geen formulier. Ik vraag niet om zorg in plastic handschoenen, ik vraag om ruimte.
Dus stop met meten, met peilen, met goedbedoelde stemmen. Laat me bestaan zonder uitleg, zonder samenvatting onderaan de pagina. Ik leef….traag, scheef, koppig….en dat is geen tekort, maar de waarheid.
Carpe Diem
Fijne feestdagen
Dit is geen troostend pad, maar het weigert ook om je te breken. De wond staat rechtop, ja dat, maar niet uit woede of uit oefening. Ze heeft geleerd hoe je blijft staan zonder uitleg te eisen.
De stam in het midden splijt de ruimte niet langer uit twijfel, maar om ruimte maken. Alsof een godheid dacht, laat hier iets groeien dat niet meteen een antwoord is.
De roodbruine lagen zijn geen oud zeer meer, maar aarde die warm werd door herinnering. Ze dragen het grafiet, het gewicht ervan en van de stappen, zonder dat bij elke van die stappen te moeten beoordelen, of te veroordelen
En kijk, tussen al dat donker lichten zachte streken op van oker, tot geel, of aarzelend groen. Geen belofte, maar een hint.
Dit pad fluistert nu, je mag twijfelen en toch vooruitgaan. Je mag zwaar zijn zonder verloren te raken. Niet somber. Eerder eerlijk, soms is licht genoeg.
Carpe Diem!
Fijne feestdagen!
De weg
Gevangenschap in de geest van zorg
Lewy Body is geen ziekte in de normale zin van het woord, het is een tiran met zachte handen en een ijzeren wil. Hij fluistert zorg, maar bedoelt: heerschappij.
Hij sluit geen deuren, hij verplaatst muren. Vandaag heet de kamer “veiligheid”, morgen “vergetelheid”, en overmorgen weet niemand meer wie de sleutel ooit droeg.
Overleven is een heldendaad. Overleven is jouw adem tellen tussen hallucinatie en ochtendlicht. Het is je naam vasthouden alsof het een nat papiertje is dat elk moment oplost.
De zorg zegt: we doen ons best. Maar best is te klein voor een hel die zich vermomt als beleid, als protocol, als glimlach die niet kijkt naar wie jij was, maar wel wat je aan het worden bent.
Ondanks de tirannie blijft er iets koppigs leven. Ben ik hier nog? Ja, ik ben hier nog. Ondanks Lewy Body, Dit is geen romantisch lijden dit is oorlog in slow motion. En wie hier overeind blijft, is geen patiënt, maar een getuige.
Carpe Diem!
Werk aan de winkel
De mast staat weer fier, alsof hij zichzelf herinnert waarvoor hij bedoeld was. Een ruggengraat van hout, met de oude lampen weer opgehangen als gedachten die ’s avonds eindelijk weer aan gaan.
De gevel van de oude winkel ook aan de overkant, zoveel handen, zoveel verhalen, ligt neer in iets meer dan twee uur. Twee uur om decennia los te wrikken. Ik vind daar iets schokkends in, en tegelijk iets meedogenloos eerlijks, hoe weinig tijd het kost om verleden tot puin te verklaren.
Veranderingen volgen elkaar op in een tempo dat geen pauzes kent. Alsof de wereld bang is voor stilstand, alsof wachten gelijkstaat aan verliezen. Maar, ik denk, ik denk van niet. Er is juist moed nodig om te vertragen, om te luisteren naar wat nog natrilt in baksteen, in licht, en in herinnering.
Soms voelt het alsof mijn hoofd in hetzelfde tempo wordt verbouwd. Hier iets weg, daar iets nieuws, en niemand die vraagt of de fundering het nog houdt. Maar toch, die mast staat. En dat licht brandt weer. Misschien is dat genoeg voor vandaag.
Carpe Diem

